Otto’s blog

dialogen, over sociaaldemocratie zonder dogma

Stem Otto Reuchlin als lijsttrekker PvdA-Centrum Amsterdam.

| 8.539 keer bekeken | 10 reacties

Pieter Hilhorst heeft elk van de drie kandidaten voor het lijsttrekkerschap in stadsdeel centrum van Amsterdam een positieve quote gegeven. Over mij: “Otto Reuchlin is een geestverwant in de PvdA. Hij is altijd aan het nadenken hoe je de kracht van Amsterdammers kan mobiliseren en wat dat vraagt van de politiek. Op die manier is hij steeds opnieuw bezig de sociaaldemocratie te vernieuwen en versterken.”
Ach, de mening van een bobo!
Als drie kandidaten leggen we andere accenten qua inhoud en stijl. De ‘endorsement’ van Pieter van alle drie laat zien dat het een lijsttrekkersverkiezing is vóór de partij en vóór Amsterdam. Ik ben wel minstens zo trots op wat ondernemer Lars van der Linden zegt in mn filmpje: http://www.youtube.com/watch?v=ldZa5GaaEtM

D
ie stadsdeelraden gaan toch weg?
In twintig jaar wisten de deelraden de Amsterdammers te weinig te overtuigen. Daarom bleef het doodstil bij de opheffing.
Toch is Amsterdam te groot om het bestuur helemaal over te laten aan een gemeenteraad. Nu krijgt elk stadsdeel een door de bewoners gekozen bestuurscommissie, een adviescommissie voor de gemeenteraad.
Adviescommissies!
Ze gaan ook de uitvoering aansturen. Maar inderdaad, het is minder sturen met macht, meer met overtuigingskracht. Wat eerder werkte, is nu niet meer effectief.
Je hebt mensen nodig die geworteld zijn in stadsdelen, in wijken, in buurten. Weten wat daar precies speelt. Zeker ook in ons drukke Centrum.
Wil je toegevoegde waarde hebben voor de gemeenteraad, dan moet je de antenne zijn in het stadsdeel.
Je moet heel bereikbaar zijn.
‘Tussen de mensen’. Zeggen ze natuurlijk allemaal.
Zeggen is één, doen is twee. Ik kies vurig voor een andere politiek in deze moeilijke tijd.
Als ombudsman help ik mensen die vastlopen.
Als smeder van coalities sleepte ik uitzonderlijk veel voorstellen door de deelraad. En door de gemeenteraad trouwens, via onze vertegenwoordigers daar.
Als aanjager van debat maakte ik naam; via mijn blogs; als schrijver van baanbrekende nota’s in de Amsterdamse PvdA: over werk, over duurzaamheid.
Sturen met minder macht betekent ook dat je veel beter moet luisteren.
Loopjongen voor verwende grachtengordeldieren zeker.
Ik durf te ‘schuren’, de rand te zoeken. Ik zeg waar het op staat, ook als ik het niet met je eens ben. Mensen vinden het een opluchting als je echt luistert en gewoon duidelijk bent.
Voor te veel mensen is de stadsdeelpolitiek te vaak onnavolgbaar.
Op straat worden de beslissingen niet genomen.
Je moet weten hoe je iets voor elkaar krijgt in die ingewikkelde Amsterdamse besluitvormingsarena’s. Een paar voorbeelden van dingen waar ik een actieve bijdrage had aan het succes – altijd trouwens in nauwe samenwerking met betrokken bewoners of ondernemers, die zeker een groot deel van de ‘credits’ blijft toekomen.
Een maatregel waardoor bewonersgroepen makkelijker collectief zonnepanelen kunnen plaatsen.
Een ‘taskforce’ waarin bewoners en instellingen samen zorgen dat ouderen kunnen blijven wonen in het centrum.
Een betere positie van vrijwilligers in de zorg in heel Amsterdam.
Een betere positie van huurders van renovatiepanden in heel Amsterdam.
Behoud van de metrokunst die herinnert aan de Nieuwmarktrellen in de jaren ’70 waardoor de monumentale stad is gered.
Een…
Successen uit het verleden…
Mijn top drie voor nu.
Eén. Economie en werk. Met respect en liefde voor het kwetsbare ‘weefsel’ van onze monumentale en op sommige plekken te drukke binnenstad.
Twee. Een gemengde binnenstad. Zorg voor – en met elkaar. Samen zijn we sterker.
Drie. Veiligheid en fatsoen.
Wat kort allemaal!
Er komt een uitgebreid verkiezingsprogramma. Het gaat nu ook om de persoon die dat uitdraagt.
Hoe links ben jij?
Solidariteit staat voor mij voorop. En de markt moet je stevig in toom houden. Daarom ben ik al sinds jonge leeftijd JS- en later PvdA-lid. Maar links betekent voor mij niet: alles bij het oude houden. Alleen een activerende verzorgingsstaat is houdbaar. Links-progressief. Fan van Drees.
Je zit pas twee jaar in de fractie.
Ik werk nu 25 jaar in het maatschappelijke domein. Ruim twaalf  jaar als rijksambtenaar, daarna als zzp’er en sociaal ondernemer.
Als onderhandelaar voor de minister met zorgaanbieders en verzekeraars.
Als manager bij gemeenten en zorgorganisaties. Bijvoorbeeld als coördinator van de aanpak van criminele jongerengroepen in de Diamantbuurt in De Pijp.
Als sociaal ondernemer, mede-oprichter van een firma die administratief werk biedt aan kwetsbare mensen; gewoon werk voor bijzondere mensen.
Als vrijwilliger bij School ‘s Cool die achterstandsjongeren begeleidt.
Waarom ben je eigenlijk zo maatschappelijk gedreven?
Daarover een ander, persoonlijker, filmpje: http://www.youtube.com/watch?v=DDIGh5Wex7o

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 4.6/5 (20 votes cast)
Stem Otto Reuchlin als lijsttrekker PvdA-Centrum Amsterdam., 4.6 out of 5 based on 20 ratings

10 reacties

  1. Hi Otto,

    Is het een idee om de achtergrond van je foto te veranderen nu je voor stadsdeel Centrum gaat. De Albert Cuyp ligt in stadsdeel zuid.

    Groet Brordus

    • Goed opgemerkt!

      Ik kan dat echter niet zelf, en had destijds geen goede foto van Waterlooplein. Je bent de eerste die het opmerkt in twee jaar, dat levert je punten op. Tenzij jij het voor mij wilt sleutelen, laat ik het zo maar even, onder het motto: het gaat om de inhoud. Ik realiseer me dat ik jou als vormgever verschrikkelijk tekort doe, groot risico loop je kwijt te raken omdat je die pijn aan je ogen niet kunt verdragen, maar ja, collateral damage kan ik niet helemaal voorkomen in het strijdperk…

      Hoop je nog bij één van de volgende debatten te zien. Ik zal trouwens harder tegen je in gaan, liet me teveel overbluffen vorige keer waar ik het niet met je eens was, verviel in nuance, gebeurt me niet nog eens. Verheug me op verbaal duel.

  2. Beste Otto, wij moeten een PvdA hebben die er is voor de mensen en waar je makkelijk bij kan aankloppen zonder schroom. Geen afstand tussen politiek en burger, politici worden gekozen en moeten er daarom juist voor hun achterban zijn. Dus zichtbaar, sociaal en vooral menselijk! Er is niets zo ergerlijk als politici die er alleen maar zijn wanneer ze kiezers nodig hebben. Hoop dat je die kloof kan dichten!

    Anaïs

  3. Beste Otto, dank voor je heldere stellingnames.
    Speciaal voor de binnenstad vind ik belangrijk een krachtiger beleid bij het weghalen van ‘weesfietsen’. Gezegd wordt dat deze fietsen, ooit achtergelaten en door niemand meer gebruikt 10 procent van de parkeerplekken in beslag zouden nemen. Ik denk dat het meer is. De gemeente doet al veel aan losknippen en weghalen. Maar enerzijds gebeuren er vreemde dingen, ik zie wel eens dat zo’n vrachtautootje allemaal goede fietsen meenemt en de slechte laat staan. Dan denk ik: waar gaan jullie miet die goede fietsen naar toe? Anderzijds is men huiverig voor aansprakelijkheid door de eingenaren van de fietsen. Daarvoor een fonds inrichten zou goed helpen, een schadevergoedingsfonds voor eigenaren die het eigendom van hun fiets kunnen bewijzen. Fietsen waarvan de eigendom niet aangetoond kan worden kunnen worden verkocht en de opbrengst kan dan in dat schadefonds. Stel dat 10% van de fietsen bewezen kan worden en teruggehaald, dan kan dat uit de opbrengst van de verkochte fietsen m.i. wel betaald worden.
    Het huidige beleid gaat te sterk uit van eigendom en recht op parkeren, te weinig van de vraag of eigendom wel bewijsbaar is en het feit dat fietsen parkeren (a) op officiele parkeerplaatsen aan voorwaarden gebonden is (geen wrak enz.) en (b) op de stoep een gedoogsituatie is, geen recht. Het systeem kan geperfectioneerd met een flinke plakker op het zadel met een codenummer (bijv. postcode en datum) en een digitale camera die het moment van weghalen met die plakker en dat nummer plus de gps locatie vastlegt. Je hebt dan bewijs als er ooit een rechter aan te pas komt. Bovendien zullen ambtenaren die graag mooie fietsen meenemen ontmoedigd worden door de verplichte foto die uiteraard direct doorgeseind wordt naar een centrale website en dus niet gewist kan worden. Eigenaren kunnen dan op postcode en datum zoeken of ze hun fiets kunnen terugvinden en als ze bewijs hebben evt. kunnen terughalen.
    Er zijn grotere problemen, ik weet het, maar voor de binnenstad is dit toch een goede mogelijkheid.
    Met beste groet, Michiel ter Horst

    • Dank voor je compliment en je verhaal. Ja, als je dit in Nigeria vertelt dan zullen ze jaloers vragen of ze onze problemen mogen hebben. Maar het is een reëel punt. Ik ga in hoofdlijn met je voorstel mee, behalve de dingen met nummers ofzo voor herkenbaarheid van de fiets, dat gaat nl. teveel weerstand oproepen (WO-II, fietsplaatjes; feest voor de anarchistische Amsterdammers om zich af te zetten tegen de bemoeials van de gemeente). Het is ook grotendeels niet nodig, 90% straffen voor 10% misbruik is overshoot.

      Mijn ‘visie’ op fietsparkeren:
      - er komen nu enkele ondergrondse fietsparkeergarages, o.a. een hele grote onder CS, een onder Leidseplein en een onder Oudemanhuispoort. Laten we er nu nog niet meer gaan bouwen, eerst gaan kijken hoe de bouw gaat (niet nog meer bouwputten tegelijkertijd) en hoe het gebruik in de praktijk gaat. De enorme fietsenstalling onder de OB / het conservatorium wordt nauwelijks gebruikt omdat hij onvindbaar is en omdat er niet gehandhaafd wordt op buiten geparkeerde fietsen. We moeten dus leren. Maar als we geleerd hebben, ben ik ervoor om meer ondergrondse te gaan bouwen.
      - voor de drukke gebieden. Systematisch mag je je fiets alleen in rekken zetten of in van die geschilderde vierkanten.
      - In rekken wordt een fiets in drukke gebieden na max. twee weken verwijderd. Dat doen we door systematisch kaartjes aan fietsen te hangen. Hangt het kaartje er na twee weken nog steeds, wordt fiets weggeknipt. Als je er woont, kun je een fietsparkeervergunningsplaatje, tevens antidiefstalherkenningsbeugel aan je fiets laten monteren bij het stadsdeel.
      - In vakken mag een fiets max. 24 uur staan. Er staat de mededeling dat de vakken geregeld tussen 8 en 10 uur ‘s-ochtends leeggehaald worden.
      - In rustiger gebieden wordt ook een regime ingevoerd van alleen in rekken. rekken oop autoparkeerplekken, die worden gecompenseerd door bewonersparkeren in bestaande parkeergarages die onvoldoende gebruikt worden. Die worden echter maar 1 keer per jaar ‘opgeschoond’ met kaartjes etc. Gekeken wordt of dat samen met bewoners van een straat kan worden uitgevoerd.
      - Kosten mogelijk te betalen uit de opbrengsten verkoop inderdaad. Afhalen fiets kost bovendien ook eur 25 ofzo.

  4. Beste Otto,

    Hoe bewerkstelligt de bestuurscommissie dat nieuwe hotels en uitgaansgelegenheden zich in andere stadsdelen vestigen? Welke horeca zal naar elders worden verwezen en welke niet? Hoe verhoudt het respect voor de leefbaarheid zich tot de laatste categorie? Wat te denken van de formulering van een maximum betreffende omvang van de horeca in de (binnen)stad? En, ten slotte, wat te doen met horeca die door andere stadsdelen naar stadsdeel centrum wordt verwezen?

    Hartelijke groet,

    Arnold Diemer

    • Arnold,
      Je vragen zijn terecht. Ik kan ze op twee manieren benaderen.
      De eerste is, wat zijn de bevoegdheden van de bestuurscommissie. Dat is nog niet duidelijk. Wel duidelijk is dat de FORMELE bevoegdheden beperkt zullen zijn. Zoiets regel je primair via het bestemmingsplan. En wellicht via een (hotel)nota – die er nu ook is – de facto een beleidsregel. Deze bevoegdheden komen naar verwachting onder de centrale stad. Wel zal naar verwachting de centrale stad veel delegeren. Maar… misschien op dit politiek gevoelige punt niet. Laten we er eens van uit gaan dat je als bestuurscommissie op dit punt slechts een adviesrol hebt richting gemeenteraad.
      Dan kom je op de tweede benadering. Sturen zonder macht, maar met invloed. Invloed verwerf je door gezag. Gezag verkrijg je door goede worteling in de samenleving, een wijs oordeel en de weg weten in de ingewikkelde besluitvormingsmachine. Langs die weg van invloed wil ik werken.
      Blijft de vraag: zelfs als ik die kwaliteiten heb, is een bestuurscommissie dan geen papieren tijger. Ik zeg, dat zal de toekomst moeten uitwijzen, kies mensen zoals ik die daar het maximum uithalen en kijk dan of dit werkt.
      Aan jou te oordelen of je het hiermee eens bent.
      Benieuwd naar je reactie.
      Groet,
      Otto

      • Beste Otto,

        Dank voor je antwoord. Eerlijk gezegd kan ik me niet voorstellen dat een adviesorgaan zelfs maar een papieren tijger kan worden. Helemaal als de politieke samenstelling van de bestuurscommissie anders is dan de gemeenteraad. Niettemin ben ik wel benieuwd naar je antwoorden op mijn vragen die nog open staan.

        Hartelijke groet,

        Arnold Diemer

        • Arnold, antwoord op je andere vragen.

          Welke horeca zal naar elders worden verwezen en welke niet? Hoe verhoudt het respect voor de leefbaarheid zich tot de laatste categorie?
          In de bestemmingsplannen is duidelijk aangegeven welke ruimte er is voor welke typen horeca. Daarmee is ook een max. gegeven.

          Wat te denken van de formulering van een maximum betreffende omvang van de horeca in de (binnen)stad?
          In de eerste plaats wil ik in beginsel niet meer horeca dan nu in de bestemmingsplannen mogelijk is gemaakt. In beginsel, omdat het begrip ‘binnenstad’ in dit verband niet adequaat is. In sommige gebieden kan er best nog wat ruimte zijn voor uitbreiding, denk aan gebieden van de Oostelijke Eilanden of van de Plantagebuurt. In andere gebieden is de absolute max nu wel bereikt, met de recente uitbreidingen in het kader van het bestemmingsplan 1012 moet het ook wel echt helemaal klaar zijn in dat gebied. In het algemeen moeten we woongebieden niet belasten met nog meer horeca. Maar recentelijk is aan de Tsaar Peterstraat een extra vergunning gegeven, omdat het betreffende horecaproject de buurt echt optrekt. Er is nog ruimte voor hotels in de Plantagebuurt, daar kan soms ook wat horeca bij passen.

          In de rest van de stad is het ook afhankelijk van het gebied. Delen van De Pijp raken ook overbelast. bewoners bij Westerpark klagen over overlast van festivals. Maar mooie horeca buiten de ring of in Noord kan uitstekend zijn.

          Ik vind dat we wel moeten oppassen voor zurigheid. Het centrum moet echt gemengd blijven dus ook bewoonbaar. De overbelasting zit op een aantal specifieke plekken. Daar moeten we aan blijven werken, bijvoorbeeld, zoals je weet, ben ik buitengewoon ongelukkig met wat er gebeurt bij het Compagnietheater. Platte horeca onder de vlag cultuur.

          MAAR

          (1) Amsterdam moet een liberale en gastvrije stad blijven. Mensen komen uit de hele wereld naar deze stad omdat ze een voorbeeld is van vrijheid en schoonheid. Bovendien heeft deze stad ook tragische geschiedenis, met name de Holocaust; het Anne Frankmuseum is een van de belangrijkste herinneringsplekken in de wereld in dat verband. Ik voel me bevoorrecht als ‘s-avonds de candlelightcruise voor mijn huis langs vaart. Deze stad is niet alleen van mij, hij is ook van de bezoeker. Mits de bezoeker zich netjes gedraagt. En wij ons netjes gedragen. Wij zijn de bevoorrechte tijdelijke beheerders, die deze stad open stellen voor anderen en netjes willen overdragen aan volgende generaties.

          (2) Amsterdam heeft een enorme kwaliteitssprong gemaakt in de afgelopen 40 jaar. Denk eens terug aan de Zeedijk, de open liggende Nieuwmarkt, de dichtgespijkerde panden op de grachten, de trek naar buiten. Amsterdam is nu populair omdat het zo’n fantastische plek is. We moeten natuurlijk voorkomen dat de stad aan zijn eigen succes ten onder gaat. Maar bedenk wel, als je als bewoner een huis bezit heb je ook geprofiteerd van een werkelijk historische waardegroei van je huis. DANKZIJ de populariteit en DANKZIJ de enorme investeringen die gedaan zijn in de stad. Zonder waardering voor dit soort dingen worden we ook echt niet serieus genomen door mensen die buiten de grachten wonen.

          3) Economie is ook belangrijk. Amsterdam is een magneet, niet alleen voor toeristen, ook voor bijvoorbeeld congressen. Toerisme en horeca leveren veel lager en middelbaar geschoold werk op. Dat is belangrijk voor al die mensen die nu geen baan hebben en mag je als sociaaldemocraat niet zomaar terzijde schuiven. Kunst is alleen, er geen pretpark van te maken, maar te zorgen voor kwaliteit. Dat kan, door te sturen op duurdere hotels, door te sturen op cultuur- en congresgerelateerd bezoek, door het Wallengebied te beheersen, enzovoorts.
          Niet alleen Amsterdam profiteert, de hele regio, het hele land. Overigens is het daarom goed dat we bezoek spreiden waar dat kan. Prachtige voorbeelden zijn ‘Amsterdam beach’ en ‘Amsterdam castle’, wat wij noemen Zandvoort en Muiderslot. Door die zo te ‘labellen’ trekken die plekken vijftig procent meer bezoekers. Bezoekers die dan dus niet in het centrum zijn, maar wel geld en werk brengen.

          En, ten slotte, wat te doen met horeca die door andere stadsdelen naar stadsdeel centrum wordt verwezen?
          Ken je een voorbeeld? De trek is gelukkig de andere kant op. Neem eens t pontje naar Noord, daar zijn geweldige dingen aan het gebeuren. Of kijk naar Trouw, een 24-uurslocatie buiten het centrum. Ook daar verderop aan de Wibautstraat gebeurt ‘het’. En dat juich ik toe.
          Maar als andere stadsdelen dingen hier willen dumpen, moet daar een stop op.

  5. Mooi verhaal over dat paaltje……..
    Luisteren, komen kijken, oordelen en dan in dit geval: handelen met snel een goed gevolg.
    Dat is nou precies hoe politiek van stadsdeel centrum zou moet handelen.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.