Otto’s blog

dialogen, over sociaaldemocratie zonder dogma

30 april 2013
3.668 keer bekeken
2 reacties

Bea bedankt!

Mooi hoe zo’n leuze opeens opkomt.
Plat!
Gewoon uit het hart.
Het is 2013.
Het koningshuis staat voor een gevoel.
Gevoel???
Dat zei Bas Heijne mooi: ruzie met elkaar maken is één van de dingen die ons verbindt.
We kunnen ook niet precies beschrijven wat dat gevoel is, iedereen heeft waarschijnlijk een eigen antwoord.
Ondemocratisch.
Zolang wij democratisch kiezen voor een monarchie…
Irrationeel.
Ik ga de filosofische dilettant uithangen. Ik dacht dat het Wittgenstein was die zei: wij kunnen met woorden dingen zeggen, denken, die niet bestaan. Zo kan ik zeggen dat ik een blauwe krokodil met buitenboordmotor samen met ganzen naar Siberië zie vliegen. Grammaticaal correct, toch onzinnig. Je kunt je er zelfs een voorstelling bij maken.
Natuurlijk had Wittgenstein het over bijvoorbeeld het idee van een God. Die kun je bedenken, daar kun je woorden over uitspreken, zonder dat je op een of andere manier zinvol kunt bepalen of die werkelijk bestaat.
Ik draai het om. Het idee dat wij puur rationele wezens zijn, is net zo’n verzinsel. Wat is dat eigenlijk, rationeel? En wat is een logisch en rationeel ingerichte samenleving? Flauwekul.
Hoe kun je nou socialist zijn en monarchist?
Sommige socialisten hebben er last van: de volstrekte illusie dat je wetenschappelijk, logisch redenerend een samenleving zou kunnen uitdenken. En het vreemde is, als je zegt ‘de boel bij elkaar houden’, dan voelen diezelfde socialisten zich aangesproken. Saamhorigheid, nog mooier: solidariteit, ja. Maar als die saamhorigheid toevallig kristalliseert rondom een – misschien moeilijk te beschrijven – gevoel voor een monarchie, dan is het weer niet goed.  We moeten wel voor elkaar zorgen. Maar als we daar niet precies het theoretisch uitgedachte juiste gevoel bij hebben, dan halen die socialisten hun neus op.
Je bent weer volstrekt onnavolgbaar.
Is het toeval dat het steeds socialistische premiers waren die het koningshuis redden?

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 4.0/5 (1 vote cast)

22 maart 2013
12.503 keer bekeken
8 reacties

Hoe het helperssyndroom van zorgverleners de zorg mede om zeep helpt.

Een vriendin, arts, wees me erop: zorgverleners zijn vaak het oudste kind uit een gezin. Mensen met soms een overontwikkeld verantwoordelijkheidsgevoel.
Was jij niet ook de oudste?
Toch geen zorgverlener geworden, maar mijn politieke interesse komt misschien ook uit zoiets voort.
Hoe dan ook, zorgverleners willen graag mensen helpen. Geen misverstand: fantastisch. Maar ze hebben meestal weinig oog voor het grotere plaatje.
Gaan we weer de macro-econoom uithangen.
Nu gaat al een kwart van een gezinsinkomen op aan zorgpremies. Straks de helft. Daar komen de andere belastingen en verplichte premies nog bovenop.
De vergrijzing.
Die verklaart maar een klein deel van de groei.
Zorg is belangrijker dan geld.
Ook zorgverleners willen dezelfde zorg voor rijk en arm; tenzij het om luxezorg gaat natuurlijk.
Voor iedereen gelijke toegang; met een ouderwets woord ‘solidariteit’. De zorg samen betalen. Maar het wordt onbetaalbaar.
Je kunt op andere dingen bezuinigen.
Meer dan tweederde van onze ‘collectieve’ uitgaven gaan naar zorg, uitkeringen voor ouderen, en onderwijs.
Dan maar hogere belastingen.
Straks een belastingtarief van 75 procent? Een werkster die netto 10 euro verdient, 40 euro per uur betalen?
Ik maak zelf wel weer schoon.
En je ontwijkt op die manier dus belastingen en premies. Volkomen legaal, maar toch. Het laat zien dat er een grens is aan je solidariteit.
Als jij 50.000 euro per jaar verdient, hou je straks netto 12.500 euro over. 1.000 euro en nog wat per maand.
Zo’n vaart zal het niet lopen.
Inderdaad, de wal zal het schip keren. Straks krijgen mensen met weinig geld geen goede zorg meer. Weg solidariteit. Kijk naar de VS. China.
Laat de politiek dan keuzes maken in de zorg.
Vaak kunnen de zorgverleners dat beter zelf. Zij zijn immers deskundig.
Maar zij willen helpen, helpen, helpen. En willen – kunnen? – niet zien dat het onbetaalbaar wordt. Zo helpt het helperssyndroom van zorgverleners de solidariteit in de zorg om zeep.
Alsof alles de schuld is van zorgverleners.
Natuurlijk niet. Er speelt veel meer. In een blogje moet je een beetje overdrijven, anders kom je niet door het schermpje heen.
Toch, zorgverleners zien bezuinigen gauw als bedreiging. Dat lijkt logisch, maar is het niet.

Draai het om. Kostenbeheersing als dé kans om de zorg voor iedereen bereikbaar te houden. Hoe deskundiger, hoe beter je weet waarop je kunt bezuinigen. Als je zo kijkt, helpt het helperssyndroom.

PS
Kijk naar het prachtige interview met Arnon Grunberg dat een lezer toestuurde (hieronder, of klik op ‘reacties’) . Over het potentieel destructieve helperssyndroom van PvdA’ers.
Zoals jij!
Zoals ik.

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 5.0/5 (3 votes cast)

9 maart 2013
4.513 keer bekeken
3 reacties

Dom, dom, dom bezuinigen op innovatie. Dankzij het CPB.

Europa voelt zich nog steeds superieur, schijft Volkskrant-journalist Fokke Obbema in zijn boek over de opmars van China. Dat gaat ons niet helpen.
Wij zijn veel innovatiever, creatiever dan die Chinezen. Die halen ons echt niet in.
We zijn dus inderdaad slimmer? Of vooral arroganter?
De Nederlandse overheid geeft net een procentje van het nationaal inkomen uit aan onderzoek. Echt vernieuwende landen zoals Finland, Singapore, China zitten makkelijk op het dubbele.
Geld, procentjes… Dat zijn maar getalletjes.
We willen toch zo graag iets voorstellen in de wereld? En wat geld overhouden voor onze pensioenen, zorg, kinderen die naar school moeten? Dan moeten we het wel verdienen. Groeien door innovatie.
Altijd maar die groei.
Zelfs zonder groei is het nodig dat we veel en veel schoner gaan produceren. Ook dat kan alleen met nieuwe slimme uitvindingen.
En wetenschap is beschaving, vrijdenken, cultuur. Dat is ook wat waard.
China is nu de werkplaats van de wereld, waar vooral de massaproductie plaatsvindt. Maar de beste universiteiten van China staan allang in de internationale toptien. De eerste Nederlandse ‘top’universiteit tref je pas aan ergens rond plaats vijftig.
Toch winnen we Nobelprijzen.
Tussen plaats vijftig en honderd staan opeens heel veel Nederlandse universiteiten. We kunnen wel wat. Maar we halen er niet uit wat erin zit. Er zijn goede onderzoeksplannen genoeg. Verdubbel die uitgaven.

Waarom is onze politiek zo ongelofelijk kortzichtig?

Ten eerste win je geen kiezers met een verhaal over het belang van wetenschap. Wel met een verhaal over thuiszorg waar je meer geld in wilt steken.
Jij wilt het geld afpakken van onze bejaarden!
Als we weer groei hebben is er geld voor iedereen. Dat brengt me op de tweede reden voor onze kortzichtigheid, de belangrijkste misschien: in de – heilige – modellen van het Centraal Planbureau geldt wetenschap slechts als een kostenpost. Hoe meer je bezuinigt op wetenschap, hoe beter cijfer jouw verkiezingsprogramma krijgt van het CPB.

Dit is niet arrogant. Dit is niet dom. Dit is dom, dom, dom.

ps. Ik heb mijn kennis over het boek uit een recensie in de NRC van vrijdag 8 maart.

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 4.0/5 (1 vote cast)

28 februari 2013
3.723 keer bekeken
3 reacties

De nieuwe oude economie: wat de jeugdzorg van de buurtbank kan leren.

Kleine ondernemers komen bijna niet meer aan de bak bij de traditionele banken. De banken zijn te bang, te bureaucratisch en te duur. Ondernemers richten daarom nu hun eigen banken op. Langs die weg lenen ze elkaar geld uit. De ouderwetse coöperatieve bank is terug.

Ik was bij een testbijeenkomst voor een ‘buurtbank’ in Amsterdam-West. Plannen van ondernemers werden niet beoordeeld door net-afgestudeerden zonder verstand van zaken in te dure pakken die alleen maar naar regeltjes kijken. Plannen werden beoordeeld door ervaren collega-ondernemers en oud-bankiers. Die nog beslissen op basis van hun gezond verstand en hun buikgevoel.

Dit is de nieuwe oude economie. Waar het over mensen gaat, niet over systemen. Waar geld nog een handig hulpmiddel is, niet alleen maar doel in zichzelf. Waar je geen torenflats vol dure blitse mannetjes nodig hebt.

In Amsterdam-West doe ik ook een project in de jeugdzorg. De jeugdzorg is gelukkig niet vergeven van overbetaalde snotneuzen. Maar verder is het vaak als bij de banken. Regeltjes, regeltjes, regeltjes. Geld, geld, geld. Vergaderen, vergaderen, vergaderen.

Ook de jeugdzorg leert. Kijkt weer naar het kind, niet alleen maar naar rapporten. Wil de ervaren hulpverlener weer zelfstandig – in gesprek met het gezin – laten bepalen wat er moet gebeuren. Althans, dat staat in de plannen… Of het gaat lukken moeten we nog zien.

Van de buurtbank kan de jeugdzorg nóg een ding leren: doe hup, het grootste deel van de bureaubanen er maar uit. De managers, de controleurs, de pr-mensen. Dan wordt het misschien echt beter, menselijker én goedkoper.

Hoe weet je of het wel goed gaat met veel minder regeltjes en regelaars?

Dat weet je niet. Een buurtbank zal zelfs met oude rotten weleens een verkeerde investering doen. Zo zal een ervaren jeugdzorgmedewerker vast ook soms miskleunen.

Maar er zal veel minder misgaan dan nu. Wetenschappelijk is bewezen dat een dure bankier met al zijn systemen niet beter belegt dan een aap die balletjes mag gooien. Er is ook geen enkel wetenschappelijk bewijs dat de bureaucratische jeugdzorg werkt. Dat bewijs is er wel voor de simpele jeugdzorg. Tachtig procent van succes in de jeugdzorg is te verklaren uit de kwaliteit en ervaring van de hulpverlener. En uit de relatie tussen de hulpverlener en het kind of gezin met problemen. Kortom, uit de meest gewone, de meest voor de hand liggende dingen.

Dus geen enkele regel, dwang, of controle meer in de jeugdzorg?

Natuurlijk wel. Bij die buurtbank krijg je het geld ook niet zomaar mee in een bruine papieren zak. In de jeugdzorg moet je zo nu en dan checken wat zo’n hulpverlener uitspookt. En soms is in de jeugdzorg dwang nodig, een beslissing door een rechter. Maar het hoeft allemaal niet te ontaarden in regelfetisjisme, geldjacht, vergaderverslaving.

Sommige dingen kunnen simpeler. Een beetje terug naar vroeger.

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 5.0/5 (2 votes cast)

3 februari 2013
2.353 keer bekeken
1 reactie

De stadsdeelraden zijn niet het grootste punt. Amsterdam heeft één hoofdsinterklaas nodig.

Dit kabinet schuift voor 30 miljard sociale taken van ministeries naar gemeenten. Zorg voor ouderen, jeugdzorg, bijstand, dat soort dingen. Alles in één hand, dichtbij bewoners, nooit meer tien hulpverleners die langs elkaar heen werken.

Op 30 miljard wordt intussen 14 miljard bezuinigd. Nagenoeg de helft. Een heel moeilijke opgave.

Gemeenten krijgen dus gigantische nieuwe verantwoordelijkheden.

Amsterdam ontvangt straks bijna een miljard extra. Maar wat doet de Amsterdamse politiek? Beetje steggelen over de stadsdelen. Onder andere over hun rol bij sociale taken. Die discussie is nodig, maar raakt niet de kern.

Waar moet het echt over gaan? Zulke grote nieuwe sociale taken vragen een nieuwe gemeente. Een gemeente waar wordt samengewerkt. Dat gebeurt nu onvoldoende.

Eén. Amsterdam heeft vier wethouders die elk een stukje van het sociale beleid doen. Meer op eigen houtje dan samen.

Twee. Meer dan de helft van het ‘sociale’ geld blijft bij zorgverzekeraars. De gemeente en de zorgverzekeraars werken niet samen.

Drie. Amsterdam heeft vier gigantische centrale diensten voor sociale onderwerpen. Voor de liefhebbers: DWI, DWZS, DMO, GGD. Die elk hun eigen goddelijke gang gaan.

Vier. Elke van die diensten runt een reeks geprivatiseerde uitvoeringsorganisaties. Die ook allemaal vrolijk hun eigen ding doen.

Ja, er zijn samenwerkingsprojectjes. Maar Asscher sprak niet voor niets over het Monster van Frankenstein.

Amsterdamse ouderen, gezinnen met kleine of grote problemen, ggz-patiënten, gehandicapten, ik voorspel u: het blijft gewoon langs elkaar heen werken. Ik overdrijf een beetje, het is een blog. Maar ik overdrijf niet veel.

Amsterdam heeft een bestuur nodig dat zegt: nu is het genoeg.

Eén. Er komt één wethouder voor alle sociale zaken.

Twee. Die krijgt een simpele opdracht: zorgen dat de bewoner en de hulpverlener het weer voor het zeggen krijgen. Weg met al die rimram. Als we van zorgverleners eisen dat ze naadloos samenwerken, dan geven we zelf het goede voorbeeld. En als er bezuinigd moet worden: op bureaubanen, niet op zorgverleners.

Drie. Voor de langdurige zorg: als zorgverzekeraars en wethouder ‘t oneens zijn, beslist de wethouder.

Vier. De stedelijke diensten worden samengevoegd. Hun uitvoerende delen worden grotendeels overgeplaatst naar stadsdelen en wijken: dichter bij bewoners. Er blijft wel één stedelijke beleidsafdeling voor sociale zaken.

Vijf. Misschien nog een paar stedelijke projectwethouders. Bijvoorbeeld om de jeugdzorg in een groot project aan te aanpakken, of de bijstand.

Zes. Alleen al voor zo’n omvangrijk sociaal takenpakket heb je stadsdelen nodig. Wat ze er ook over zeggen. De stadsdelen houden elk één eigen bestuurder voor sociale zaken. Die op maat doen wat op maat moet. De stedelijke wethouder zet de lijnen uit.

Makkelijk? Nee. Maar zonder simpel en duidelijk plan blijf je in cirkeltjes rondlopen.

Er kan er maar één de hoofdsinterklaas zijn.

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 5.0/5 (1 vote cast)

31 januari 2013
3.000 keer bekeken
2 reacties

Vakbond, van levend fossiel naar betrouwbaar merk.

Vakbonden zijn levende fossielen. Zelf ben ik ergens eind jaren negentig afgehaakt. Ik herkende me niet meer in hun verhalen: altijd overal tegen.

Intussen rollen steeds meer Nederlanders in flexibele banen. Vooral mensen die toch al aan de onderkant van de arbeidsmarkt zaten. Ook cao’s worden uitgehold. Pensioenen spoelen weg.

Ik ben niet tegen de markt, wel tegen de ongebreidelde markt. We hebben ook nu mensen nodig die opkomen voor onze rechten.

Ik zie een nieuwe vakbond.

De verplichte werknemersverzekeringen blijven: pensioen, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, zorg. Maar de werknemer krijgt de vrijheid zelf te kiezen bij welke verzekeraar dat geld gestort wordt.

Tegelijkertijd maken we mogelijk dat vakbonden zelf werknemersverzekeringen gaan aanbieden. Als ze willen, in samenwerking met een betrouwbaar fonds zoals het ABP. Zo wordt het weer aantrekkelijk je bij een vakbond aan te sluiten. Vakbonden moeten het makkelijk goedkoper én beter kunnen dan die commerciële verzekeringsjongens met hun dure lease-BMW’s. Mits ze kiezen voor lean and mean, hun fossiele harnas afwerpen.

En de zzp’er, zoals ik zelf nu ben? Ik heb niks geregeld. Omdat ik het te ingewikkeld vind. Omdat ik de Delta Lloyds niet vertrouw. Ik wil dat zzp’ers zoals ik tegen zichzelf beschermd worden. We moeten de plicht krijgen een opslag van – zeg – twintig procent op ons tarief te leggen voor ons pensioen en voor een arbeidsongeschikheidsverzekering. Verplicht, maar te besteden bij een verzekeraar naar keuze.

Het wordt voor mij niet Delta Lloyd. Wel de moderne vakbond voor zzp’ers die een betrouwbaar merk in de markt weet te zetten.

Ouderwetse solidariteit in een modern jasje.

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 5.0/5 (1 vote cast)

28 januari 2013
2.522 keer bekeken
1 reactie

Minder sociale woningen in Amsterdam? De PvdA schiet in kramp van de verliezer.

De Amsterdamse VVD-wethouder Wiebes houdt een toespraak in het hol van de linkse leeuw, De Balie. Hij bepleit dat Amsterdam van zestig naar dertig procent sociale woningen gaat. Zo komt er meer ruimte voor ‘de creatieve klasse’. “Mensen die slim zijn, innovatief en ondernemend. Die nieuwe zonnecellen ontwikkelen, nieuwe winkelconcepten bedenken, apps maken of spijkerbroeken ontwerpen.”

De Amsterdamse PvdA-kopstukken reageren als door een wesp gestoken. Wiebes vergroot de segregatie! Schande! Moord! Brand!

Wiebes heeft deels gelijk. Amsterdam kan een van de magneten in de wereld worden voor de creatieve klasse. Voor die creatieven is meer vrijesectorhuur nodig.

Maar Wiebes maakt van Amsterdam een Parijs. Binnen de ring de rijken en yuppen. Daarbuiten een onderklasse, vooral arme immigranten. Een samenleving zonder samenhang.

Eén ding is moeilijk voor Amsterdammers, zelfs Wiebes lijkt bijziend: over de grenzen van de stad heen kijken. Amsterdam vormt het hart van de Noordvleugel van de Randstad. De PvdA krijgt het initiatief terug door verder te kijken dan Wiebes.

Wat meer vrijesectorhuurwoningen binnen de ring? Op voorwaarde dat elke buurt dertig procent sociale woningen behoudt, ook in het centrum.

Bovendien: op voorwaarde dat er tegelijkertijd voor yuppen echt aantrekkelijke woon- en werkgebieden komen buiten de ring en boven het IJ. Amsterdam-Noord toont dat het kan.

Bovendien: op voorwaarde dat er meer sociale woningbouw komt in de rijke enclaves rondom Amsterdam. In Amstelveen, Het Gooi.

Wiebes laat zien hoe gemakkelijk je de PvdA op stang jaagt. Toch briljant, een jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen je grootste concurrent al zo in de verdediging duwen.

Pakt de PvdA het initiatief terug?

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 4.5/5 (4 votes cast)

22 januari 2013
6.049 keer bekeken
7 reacties

De waanzin van de cultuur in de geestelijke gezondheidszorg.

Het College voor Zorgverzekeringen wil flink snijden in het verzekerde pakket geestelijke gezondheidszorg.
Ze pakken de zwaksten.
Die kosten zijn in tien jaar met 140 procent gestegen. Zijn we ineens hon-derd-en-veer-tig procent zieker geworden?
We zijn gaan erkennen hoe belastend geestelijk lijden kan zijn.
En door al die hulp wordt er nu niet meer geleden?

Het College onderscheidt psychische kláchten en psychische zíekten. Stress is wat anders dan chronisch suïcidaal.
Het College wil bijvoorbeeld hulp bij relatieproblemen of werkproblemen niet meer vergoeden.
Die kunnen heel erg zijn.
Je hebt al de maatschappelijk werker. De huisarts. Je familie. Vrienden.
En je kunt zelf ook een coach betalen. Of je bedrijf. Dan maar een keertje minder met vakantie. 
Je hebt extreme gevallen.
Soms is het niet zwartwit. In de ggz zijn daarom ‘zorgzwaartepakketten’ en ‘diagnosebehandelcombinaties’ ingevoerd.
Pardon?
Als ze dit soort termen nodig hebben, dan weet je al dat het goed mis zit. Het komt erop neer: hoe zieker, hoe meer geld. Wat doe je dan bij een twijfelgeval? Toch maar de zware behandeling. Cliënt blij. Hulpverlener blij. Baas van de hulpverlener blij.

En net als de ziekenhuizen en de verzekeraars, zijn ggz-instellingen echte grotemensenbedrijven geworden. Die in de markt opereren! Stoer!

Maar wat willen echte grotemensenbedrijven? Meer omzet. Meer verdienen.

Dat is makkelijk onderhandelen, op kosten van de premiebetaler. Je jaagt lekker de budgetten op. Instelling blij. Verzekeraar blij.
Systeem veranderen.
Systemen wijzigen, of snijden in pakketten, het helpt allemaal geen zier als je vergeet te kijken naar de cultuur. Wanneer ben je als directeur in de zorg een bink (m/v)? Als je meer geld versiert. De cultuur van meer, meer, meer. Waanzin.
Weg met de marktwerking.
Creatieve nieuwe aanbieders komen vaak uit de markt. Denk  – in de thuiszorg – maar aan Buurtzorg Nederland: terug naar de wijkverpleegster.
Marktwerking in het aanbod: ja.

Maar bij de vraag: nee. De mensen die het geld beheren – de managers, de verzekeraars, de ambtenaren – moeten weer sobere dienaren worden van de publieke zaak. Zuinigheid stoer.
Krijg je wachtlijsten.
Streng doch rechtvaardig zijn. De meeste hulpverleners snappen best dat we zuinig moeten zijn. Als er maar goed naar ze geluisterd wordt. Geen machobestuurders die je een vracht aan administratie opleggen.

Ook GGZ-Nederland moet veranderen. Jaar-in-jaar-uit moord en brand schreeuwen over bezuinigingen, terwijl de kosten maar bleven groeien!
Daar is een partijgenote van jou de baas.
Drees stapte in 1970 uit de PvdA omdat ze alleen nog maar bezig waren met geld uitgeven. 43 jaar geleden. Ook in deze zogenaamd snelle tijd dringt wijsheid maar langzaam door.

Het draait niet meer om mensen. Het draait niet meer om waarden. Het draait alleen nog maar om geld.

Is het vreemd dat half Nederland dol is geworden?

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 4.8/5 (4 votes cast)

9 januari 2013
2.985 keer bekeken
2 reacties

Kabinet, denk na, verbied voor één jaar alle ziekenhuisfusies.

In Europa geeft Nederland nu het meeste geld uit aan ziekenhuizen, per inwoner. Tien jaar geleden zaten we nog in de middenmoot.
Vergrijzing.
Andere landen zijn al verder vergrijsd.
Hoe meer geld Nederland uitgeeft, hoe verder we zákken op de gezondheidslijstjes.
We gedragen ons steeds minder gezond.
In Zuid-Europa leven ze gezonder. Olijfolie. Maar vergeleken met omliggende landen zakken we ook. Daar zijn ze net zo dik en gestresst.

Nederland heeft de grootste ziekenhuizen ter wereld. Grotere ziekenhuizen zijn altijd duurder, heeft de TU-Delft uitgerekend.
Het gaat veel te vaak over geld.
Kwaliteit is minstens zo belangrijk. Wetenschappelijk is aangetoond: hoe groter het ziekenhuis, hoe sléchter de zorg! De beste ziekenhuizen hebben, wereldwijd, ongeveer 250 bedden. In Nederland zit je inmiddels gauw op 600, 800, 1000 bedden.
Al deze wijsheden heb ik uit de NRC van afgelopen zaterdag.

Toch gaan de Nederlandse ziekenhuizen ook dit jaar weer vrolijk door met fuseren.
Specialisten specialiseren steeds meer. En we eisen routine van chirurgen bij zeldzame operaties. Dat vergt allemaal schaalgrootte.
Dan concentreer je hele moeilijke dingen. Moet je beter samenwerken. Maar hoef je niet voor te fuseren.

In te grote organisaties raakt de patiënt volstrekt uit beeld. Ook veel zorgverleners voelen zich verloren tussen die duizenden collega’s.
Een mens knapt vaak meer op van een aai over zijn bol dan van nóg een dokter die langs zijn bed rent.
We hebben Nederlandse Mededingingsautoriteit die fusies controleert.
Doet niks. Vindt alles best.

Ik stel voor: het kabinet verbiedt vanaf vandaag voor één jaar alle ziekenhuisfusies. Even een time out. Even nadenken waar we in vredesnaam mee bezig zijn in Nederland.
Er zit iets heel erg fout in de cultuur van de ziekenhuismanagers en zorgverzekeraars. Zij leven nog in de wereld van vóór de crisis: bigger is better. Cijfers. Macht. Salarissen.

De jeugdzorg, ouderenzorg, thuiszorg gaan we al dichter bij huis organiseren. Maar de mammoettanker met verzekeraars en ziekenhuisdirecteuren aan het roer is niet te stoppen. De regering moet nu aan de noodrem trekken.
Verzekeraars en ziekenhuisbestuurders hebben net grotere verantwoordelijkheid gekregen. Nu wil je die weer afpakken.
Die verantwoordelijkheid kunnen ze blijkbaar nog niet aan. Heel gezond als ze eens een jaartje gaan nadenken over wat ze hebben aangericht.
Kan de regering meteen eens kritisch kijken naar wat die NMa aan het doen is.

Small is beautiful.



Andere recente blogs over de zorg:
Betere zorg, geen elektronisch patiëntendossier maar 25% meer huisartsen: http://www.ottoreuchlin.nl/2012/12/betere-zorg-geen-elektronisch-patientendossier-maar-25-meer-huisartsen/
Over de jeugdzorg in Amsterdam: http://www.ottoreuchlin.nl/2012/12/ouders-hou-uw-kinderen-binnen-het-monster-van-frankenstein-waart-rond/

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 0.0/5 (0 votes cast)

27 december 2012
4.929 keer bekeken
6 reacties

Betere zorg? Geen centraal elektronisch patiëntendossier, maar 25% meer huisartsen.

De minister en de verzekeraars willen het elektronisch patiëntendossier alsnog doordrukken. Terwijl de Eerste Kamer het kortgeleden nog afwees, unaniem.
Er zijn extra veiligheidsmaatregelen genomen.
Het wordt een groot feest voor onze hackers. En de Amerikaanse en Chinese spionagediensten lopen zo’n snoepwinkel met informatie ook echt niet voorbij. Fijn als je HIV hebt en naar zo’n land wilt reizen.
Je woont in Drenthe, krijgt een ongeluk in Limburg. Toch handig als de ambulancebroeders weten dat je aan diabetes lijdt.
Je kunt een kettinkje met medische informatie dragen als je zo’n aandoening hebt. Heb je over de grens ook nodig.
Dragen sommige mensen niet.
Van iedereen alle informatie het grote systeem in? Omdat een paar mensen geen kettinkje willen dragen? Big Brother.
Dokters kunnen je beter behandelen met een overzicht van je medische geschiedenis.
Nog steeds weigeren veel medisch specialisten domweg de al beschikbare informatie te gebruiken. Of samen te werken. Dat weet iedereen die weleens in een ziekenhuis is geweest.
Gaat zo’n systeem dat opeens veranderen? Geloof ik helemaal niks van.
Jij legt je neer bij onnodig dure en soms slechte zorg?
Beter werken vraagt bijsturing door een menselijke hand. Een computersysteem is op zijn best een hulpmiddel.

Er is iemand nodig die met je meeloopt, door het hele medische circus heen. Iemand die verstand van zaken heeft. Je kan helpen de juiste vragen te stellen. Die specialisten corrigeert. Niemand kan dat beter dan de huisarts.
Specialisten luisteren niet naar huisartsen.
En daar zit precies het probleem. Ieder specialistje in zijn eigen zandbak. Heel blij met z’n taartjes.
Huisartsen zijn nu al overbezet.
25 procent meer huisartsen.
Vijf-en-twin-tig pro-cent meer huisartsen?! Hallo, wie mag dat betalen?
De oplettende huisarts maakt allerlei dure zorg overbodig. Die verdient zichzelf dubbel en dwars terug.
Je trekt niet zomaar even een blik huisartsen open.
We scholen overbodige specialisten om tot huisarts. En een deel van de ‘deeltijd’-huisartsen wil misschien wat meer uren gaan werken. Het werk wordt leuker.
Jij naar het ziekenhuis, aan het handje van je huisarts. Zie je het voor je?
De huisarts komt soms letterlijk mee naar het ziekenhuis voor overleg. Of een groepspraktijk heeft een huisarts in het ziekenhuis werken. En soms volgt de huisarts je via de computer en de telefoon. Met hulp van een praktijkassistent.
Dus toch een elektronisch dossier!
Dat bij je eigen huisarts op de computer staat. Niet ergens centraal opgeslagen. En dat alleen de huisarts, de assistent en jijzelf kunnen inzien. En de specialisten, als je die toestemming geeft.

Systeem volgt mens. Niet andersom.

 

Met dank aan Niels Janssen, Strategy Development Partners.

 

VN:F [1.9.22_1171]
Rating: 3.5/5 (4 votes cast)